Uitdienst inrichten

Met het proces Uitdienst meld je een medewerker uit dienst en leg je de gegevens rondom de uitdiensttreding vast. Je kunt het proces starten vanuit MSS of door de medewerker zelf vanuit ESS.

In dit artikel nemen we je stap voor stap mee in de inrichting.

Inhoud

Stap 1: Workflow inrichten

In de workflow bepaal je wie de uitdienstmelding controleert en in welke volgorde dit gebeurt. Je kunt in de workflow ook een document laten genereren en ondertekenen.

Workflow inrichten:

  1. Ga naar: CRM / Dossier / Inrichting / Type dossieritem.
  2. Open het type dossieritem Medewerker uitdienst (Profit).
  3. Ga naar het tabblad: Workflows.
  4. Open de workflow die je wilt gebruiken. Standaard is dit de workflow Medewerker uitdienst.
  5. Richt de workflow in.

Standaard wordt in deze workflow het document Beëindigingsovereenkomst Uitdienst workflowmutatie (Profit) gebruikt.

Wil je de inhoud of opmaak van dit document aanpassen? Maak dan een kopie van het standaarddocument en koppel deze kopie aan de juiste workflowtaak.

Stap 2: Profiel inrichten

Een profiel helpt je om de invoer van een proces zo eenvoudig mogelijk te maken. Een profiel creëert een pagina op InSite waarmee je het proces start. Per proces gebruik je een Aanmaken- en een Beoordelenprofiel. In het Aanmakenprofiel leg je instellingen vast die van toepassing zijn bij het starten van een proces op InSite. Per profiel richt je ook contexten in, waarmee je voorkeursinstellingen op velden kunt vastleggen.

Bij uitdienst kun je het volgende instellen in het profiel:

  • Workflow

    Selecteer hier de workflow die je in de vorige stap hebt ingericht.

  • Beoordelingsprofiel

    Nadat de uitdienstmelding is aangemaakt met het aanmakenprofiel, volgt de workflow de instellingen van het gekoppelde beoordelingsprofiel. Dit gaat voornamelijk om de veldinstellingen binnen de context.

  • Toelichting bij Aanmaken

    Vul hier de toelichting in die je wilt meegeven aan de gebruiker bij het starten van het proces. Verdere instructies kun je in dit veld kwijt.

  • Medewerkervelden uitdienst

    Je geeft hier aan wanneer de applicatietoegang van de medewerker bijgewerkt moet worden. Dit kan na de datum uit dienst of bij het registreren van de workflow. Je leest hier meer over gebruikersbeheer bij uitdienst.

  • Transitievergoeding

    Koppel hier het standaard aanmakenprofiel Aanmaken transitievergoeding. Profit start dit proces automatisch als de combinatie van initiatiefnemer en de reden uitdienst van toepassing is op een transitievergoeding.

  • Draaiboek

    Op het tabblad Draaiboek koppel je het draaiboek dat van toepassing is met de interne taken rondom de uitdiensttreding, bijvoorbeeld voor het innemen van bedrijfsmiddelen. Je leest hier meer over het draaiboek indienst/uitdienst.

Profiel inrichten:

  1. Ga naar: Algemeen / In & OutSite / Profiel.
  2. Filter in de kolom Type profiel op Uitdienst. Je ziet nu de beschikbare aanmaak- en beoordelingsprofielen.
  3. Open de eigenschappen van het profiel dat je wilt gebruiken, bijvoorbeeld:
    • Aanmaken uitdienst voor MSS;
    • Uitdienst initiatief medewerker voor ESS.
  4. Selecteer bij Workflow de workflow die je in de vorige stap hebt ingericht.
  5. Controleer of het juiste beoordelingsprofiel is gekoppeld.
  6. Schrijf in het veld Toelichting bij aanmaken een toelichting die je wilt tonen aan de medewerker die de mutatie gaat insturen, bijvoorbeeld:

    Voor MSS: Meld hier de medewerker uitdienst. De uitdienstmelding zal automatisch worden doorgevoerd en worden vastgelegd in het medewerkerdossier.

    Voor ESS: Meld jezelf hier uitdienst. De workflow zal worden beoordeeld. Let op je opzegtermijn.

  7. Richt de Medewerkervelden uitdienst in.
  8. Koppel indien van toepassing bij Transitievergoeding het profiel Aanmaken transitievergoeding.
  9. Ga naar het tabblad: Draaiboek.
  10. Koppel het draaiboek voor de uitdiensttreding.
  11. Klik op: Opslaan en sluiten.
Stap 3: Contexten inrichten

In een profiel pas je contexten toe. Contexten zijn verzamelingen van velden die relevant zijn voor het proces dat je gebruikt. Op de velden kun je instellingen vastleggen.

In dit artikel lees je meer over contexten en hoe je deze beheert en aanpast.

Uitdienst kent de volgende contexten:

  • Dienstverband

    Het gaat vooral om het veld Reden einde arb. Overeenk. Dit is een verplicht veld vanuit de Belastingdienst die mee wordt gestuurd in de loonaangifte.

  • Contract

    Het gaat vooral om de velden Datum uit dienst, Initiatiefnemer, Reden uitdienst en eventueel Laatste werkdag.

  • Uitdienst

    Binnen het onderdeel Uitdienst staan velden voor de applicatietoegang van de medewerker. Hiermee kun je bepalen of en wanneer de medewerker of gebruiker wordt geblokkeerd.

    Als je deze instellingen via het profiel regelt, kun je de onderliggende velden voor de gebruiker verbergen. Zet deze velden dan op Niet zichtbaar.